Stroomsterkte



Wisselstroom (AC)

Alle netaansluitingen in Europa beschikken over wisselstroom. Met deze aansluitingen is het mogelijk om 1- , 2-, of 3-fase te laden. Elke huisaansluiting en het merendeel van de openbare laadpunten in Nederland zijn wisselstroomaansluitingen. De termen langzaamladen en regulier laden hebben betrekking op AC-laden. Een huisaansluiting heeft (minimaal) een 1-fase aansluiting en kan laden met maximaal 10Ampere.

Amperage

Een 3-fase laadpunt maakt gebruik van 3 fasen (krachtstroom) met 230V en heeft standaard dus ook 3 maal 16Ampere. Het maximale laadvermogen is daarmee 11kw. Door het aanpassen van de aansluiting naar 32A kan dit eenvoudigweg verhoogd worden naar 22kw. Dit brengt echter wel extra kosten met zich mee.

Ampere Volt=230V 1-fase 2-fase 3-fase
10A 2,3 kW 2,3 kW 4,6 kW 6,9 kW
13A 3,0 kW 3.0 kW 6,0 kW 9.0 kW
16A 3,7 kW 3,7 kW 7,4 kW 11,0 kW
20A 4,6 kW 4,6 kW 9,2 kW 13,8 kW
32A 7,4 kW 7,4 kW 14,8 kW 22,2 kW
63A 14,5 kW 14,5 kW 29,0 kW 43,5 kW

Gelijkstroom (DC)

Gelijkstroomaansluitingen zijn wat minder frequent terug te vinden in Nederland. Dit heeft te maken met het feit dat er een transformatorstation nodig is om de wisselstroom uit het net om te zetten naar gelijkstroom. Onder het “snelladen”, met een Chademo-stekker, in Nederland wordt het DC-laden verstaan. Let op dat niet alle elektrische auto’s geschikt zijn voor snelladen. De Nissan Leaf en de Mitsubishi Imiev zijn geschikt voor snelladen. Andere fabrikanten kiezen hier bewust niet voor omdat ze vermoeden dat dit de levensduur van accu’s beperkt.

Het laadvermogen bij DC-snelladen is 50kW.

Communicatieprotocol - Laadmode 1,2 of 3

Verschillende communicatieprocollen of zogeheten oplaadmodi zijn gedefinieerd ten behoeve van het veilig opladen van elektrische voertuigen. Deze oplaadmodi verschillen enerzijds in aansluitingen (type stekkers en type oplaadpunten) en anderzijds in de maximale oplaadcapaciteit en communicatiemogelijkheden tussen het voertuig en laadpunt. De oplaadmodi hebben betrekking op het laden via wisselstroom (AC), bij laden via gelijkstroom (DC) wordt op een andere manier gecommuniceerd door het laadpunt en het voertuig.

Mode Communicatie Sluiting 1-fase 3-fase
Mode 1 Geen. De auto vraagt stroom, de energiebron levert (zoveel als de bron kan) in het voertuig max. 16A
3,7 kW
max. 16A
11,0 kW
Mode 2 Beperkt. Tussen voertuig en energiebron zit in de laadkabel een 'in-cable control box' (ICCB), een apparaatje dat veiligheid waarborgt in het voertuig max. 32A
7,4 kW
max. 32A
22.0 kW
Mode 3 PWM* module in het laadstation. Het laadstation bepaalt hoeveel energie er geladen kan worden, en geeft dit door (via PWM) aan de auto. in het voertuig en in laadpunt max. 63A
14,5 kW
max. 63A
43,5 kW

*PWM staat voor Pulse Width Modulation: dit beschrijft hoe de communicatie verloopt tussen het voertuig en het laadpunt. 

Mode 1

Bij Mode 1 laden wordt gebruik gemaakt van standaard stekkers/connectoren. De maximale laadstroom hierbij is (normatief) 16Ampere, maar kan niet hoger zijn dan de nominale stroom van de gebruikte aansluiting; er kan niet meer geladen worden dan de energiebron kan leveren. De werkelijke laadstroom kan hierdoor lager zijn dan 16 Ampere. Een 16 Ampere drie-fasen CEE contactdoos heeft een laadcapaciteit van maximaal 11 kW. De oplaadtijd in Mode 1 is relatief lang vanwege de lage laadstroom.

Mode 2

Bij Mode 2 laden kan gebruik gemaakt worden van CEE of geaarde stekkers (SCHUKO ® en / of land-specifieke connectoren). De laadstroom is max. 32 Ampere en maakt het mogelijk om te laden met een capaciteit van maximaal 22 kW.

Mode 3

Bij laden in Mode 3, kan het voertuig opgeladen worden met maximaal 63 Ampere driefase stroom. Dit maakt een laadvermogen mogelijk tot 43,5 kW. Veiligheid is gewaarborgd middels communicatie tussen voertuig en laadpunt.